Logo De Korbeel

  • Jongens en meisjes tussen 0 en 7 jaar
  • Een kindvriendelijke en aangename omgeving, gericht op voorspelbaarheid, geborgenheid en structuur

Therapeutische visie

Het algemeen opvoedkundig  kader is gebaseerd op de principes van Triple P. Dit staat voor positive parenting program, een programma dat zijn oorsprong kent in Australië. Dit start met het creëren van een veilige, warme en gestructureerde omgeving waarin we op een positieve manier in relatie treden met het kind en realistische verwachtingen formuleren.

Psychotherapeutisch kiezen we voor een geïntegreerd model waarbij we zowel gedragtherapeutisch als psychodynamische principes hanteren binnen een contextueel denkkader.

In de therapie baseren we ons op twee pijlers. Enerzijds werken we probleemgericht waarbij we ons als team toeleggen op de zaken die moeilijk lopen bij het kind en deze trachten te verbeteren. Anderzijds werken we ontwikkelingsgericht om via de aangeboden stimulatie te komen tot ontwikkelingsfuncties die in lijn liggen met de leeftijd van het kind.
Door ons op deze twee pijlers tegelijk toe te leggen, creëren we betere manieren van omgaan met problemen en frustraties en nemen de aanpassingsvaardigheden toe.
Een voorbeeld: een kind heeft in zijn ontwikkeling nog weinig samenspel geleerd, waardoor het steeds in conflict komt met andere kinderen en dus niet geïntegreerd raakt op school. Gedurende de opname wordt de aandacht gericht op het ‘leren samenspelen’ met andere kinderen, met als doel het kind op een positieve manier te leren in relatie treden met leeftijdsgenoten.

De ontwikkeling van het kind kan slechts gerealiseerd worden door en doorheen de relaties met zijn verzorgers en naaste figuren (hierbij verwijzen we eveneens naar de hechtingstheorie).
Zowel in de leefgroepwerking als in de individuele en groepstherapieën wordt de focus dus op de relatie gelegd. Met ‘relatie’ bedoelen we niet enkel de relatie tussen het kind en de hulpverleners van De Korbeel, maar ook tussen de kinderen onderling en tussen het kind met zijn verzorgingsfiguren (de ouders).
Het kind leert op een aangepaste manier functioneren in groep, alsook in één-één contact.
In de leefgroep heeft elk kind een PLIMO (een begeleider die zorgt voor plezierige individuele momenten met het kind), en gaat het vaak individueel op therapie (logopedie, klas, speltherapie).

Communicatie is heel cruciaal in de relatie. Zowel op verbaal als op niet-verbaal vlak kan gecommuniceerd worden met de kinderen. Binnen de leefgroepwerking is ‘Jules’ geïntegreerd. Deze handpop is een belangrijk werkmiddel om de taalontwikkeling te ondersteunen en te stimuleren. Door het stimuleren van de taal zal het kind beter in staat zijn om z’n probleem te verwoorden. Eénmaal het hiertoe in staat is, zal het probleem al deels verminderen en zal het probleem minder via gedrag tot uiting komen.
In dit kader hebben we als belangrijke ontwikkelingstaak het leren reguleren van gedrag en emoties. Rekening houdende met de leeftijd van de kinderen is het belangrijk dat ze grenzen leren kennen. Kinderen die bij ons zijn opgenomen hebben vaak grote nood aan structuur en voorspelbaarheid. Het aanbrengen van grenzen zorgt ervoor dat het kind een voorspelbare belevingswereld krijgt en dat zijn basisveiligheidsgevoel vergroot wordt. In de leefgroep wordt dit concreet gemaakt onder andere door het indelen van de dag in werkblokken, waarbij het dagprogramma van elk kind gevisualiseerd wordt.